141
dagen tot Olympische Winterspelen - Pyeongchang 2018

Ploegsporten met olympische ambitie

EK-brons voor de Belgian Cats, dubbel zilver in het hockey … De Belgische ploegsporten hebben de wind in de zeilen en steken hun olympische ambitie niet onder stoelen of banken. Zowel voor de impact op de olympische delegatie als voor de sport in België in het algemeen is dat een uitstekende zaak, vindt BOIC-voorzitter Pierre-Olivier Beckers.

In Peking (2008) maakte de Belgische ploegsport (met de Rode Duivels en de herenhockeyploeg) zijn rentree op de Olympische Spelen na 32 jaar afwezigheid. Sindsdien telde elke olympische delegatie minstens één ploeg. Dat het hockey daar voor zorgde en voor de eerste Belgische olympische medaille in een ploegsport sinds 1936 (waterpolo), hoeft volgens Pierre-Olivier Beckers niet te verwonderen: “Na het missen van de kwalificatie voor de Spelen in 2004 hebben Marc Coudron, toen net verkozen tot voorzitter van de KBHB, en zijn raad van bestuur een sterk en ambitieus plan op poten gezet. Een ploegsport selecteren voor de Spelen was ook voor mij één van de prioriteiten bij de start van mijn voorzitterschap van het BOIC. Dankzij de steun van het BOIC kon de KBHB ook privésponsors overtuigen om aan zijn plan mee te werken. Vanaf 2012 kwam daar nog de belangrijke steun van de Gemeenschappen bij. Bij elk behaald succes hebben Marc en zijn team de lat hoger gelegd, met het bekende resultaat in Rio.”

Pierre-Olivier Beckers gelooft er stellig in dat andere ploegsporten het voorbeeld van het hockey kunnen volgen: “Voetbal, volleybal, basketbal … Ook al is het aantal Europese plaatsen in de twee laatste sporten heel beperkt. En waarom op langere termijn niet handbal en rugby? Laat ons ook de samengestelde teams niet vergeten, zoals de aflossingsteams in atletiek of zwemmen,” aldus Beckers.

Geen verre idolen

De meerwaarde van één of meerdere ploegen in een olympische delegatie kan volgens Beckers moeilijk overschat worden: “De solidariteit en samenhorigheid in een team stralen af op een volledige delegatie. Mentaal maken ze een cruciaal verschil voor atleten en coaches, dat is sinds Peking 2008 duidelijk bewezen. Door het format van een olympisch toernooi supportert het hele land bovendien mee over de volledige duur van de Spelen. Een ploegsport slaat ten slotte ook bruggen tussen de verschillende gemeenschappen in ons land.”

Ook voor de sport in België in het algemeen ziet de BOIC-voorzitter alleen maar voordelen in olympische ploegsporten en teams: “Kijk naar de Red Lions: hun successen zorgen voor meer leden in de hockeyclubs, net zoals we dat zien in de atletiek na de recente successen met Nafi Thiam voorop. De spelers zijn bovendien geen verre idolen, je komt ze elk weekend tegen op de clubs. En de waarden zoals plezier, ethiek en fair play maken de sport extra aantrekkelijk voor families. Dat heb ikzelf als vader van drie hockeyende zonen 25 jaar lang mogen ervaren.”

“Topsport mag je niet bekijken als een elitaire bezigheid die maar enkele atleten ten goede komt,” besluit Pierre-Olivier Beckers. “Het succes van de ploegsporten bewijst het belang van een piramidaal sportbeleid waarin successen op het hoogste niveau jong en oud inspireren om aan sport te doen.”